De Rooms Katholieke Kerk kent een vastenperiode. Deze vastenperiode duurt 40 dagen, begint op Aswoensdag en eindigt met Pasen. De periode van 3 tot 8 dagen vóór Aswoensdag wordt met feesten doorgebracht. Nog eens goed eten en drinken om de vastentijd goed door te komen. Op de vastenavond, dinsdagsavonds vóór Aswoensdag, werden vroeger oliebollen gegeten. Voor meer gegevens over de carnavalscyclus, lees hier!
De oorsprong van carnaval
Carnaval heeft waarschijnlijk een Italiaanse oorsprong en is misschien wel een vermenging van een Romeins lente- en een Germaans offerfeest. Dit feest, ook wel omschreven als 'het feest der dwazen', spitst zich uiteindelijk toe op enkele vrolijke carnavalsdagen, maar kent ook zijn "nevenactiviteiten", die meestal vanaf de elfde van de elfde (11 november) starten. Carnaval kent per regio zijn eigen karakteristiek, gewoontes en opgebouwde tradities. Het Tilburgse carnaval is een groots volksfeest, een mengeling van het Bourgondische en het Rijnlandse carnaval. Het Bourgondische carnaval heeft als belangrijkste kenmerk uitbundigheid, gevoed door een traditie van scherts en parodie, terwijl het Rijnlandse carnaval in het algemeen met veel pracht en praal wordt gevierd.

Op de foto: Pierre d'n Irste trok in deze gehuurde prinsenwagen als eerste stadsprins door het centrum van Tilburg
Carnaval in Tilburg
Het Tilburgse carnaval wordt al erg lang gevierd. Wanneer en waar precies is moeilijk vast testellen.
Het heeft een eigen verleden en een zeer karakteristieke historie, vergeleken met andere carnavalssteden. De geschiedenis ervan kent een zeer grillig verloop. Het feest dat in Tilburg, evenals elders op het platteland reeds lang gevierd werd heette geen carnaval maar vastenavond. Het speelde zich op de avond voor het begin van de vasten af.. Het bestond uit ruwe spelletjes met weerloze dieren zoals hanenrijden en gansknuppelen, en uit verkleed en gemaskerd dansen. De overheid trad met allerlei verordeningen en verbodsbepalingen hiertegen op. Het werd dan ook in besloten kring gevierd.
Veruit de meeste mensen vierden Vastenavond thuis met het drinken van een borreltje of een glas bier en het eten van spekpannekoeken en oliebollen.
Carnaval speelt zich achter gesloten deuren af, bij verenigingen, bij de jeugdsoos en de feesten en bals bij gelegenheden als de N.K. Harmonie. Geleidelijk aan werden de verenigingsfeesten uitgebreid met meer carnavaleske elementen. Er kwamen prinsen en er werd meer aandacht besteed aan de kleding. De feestvierende bezoekers kwamen binnen met hun kostuums verborgen onder hun jas, omdat het nog steeds verboden was verkleed de straat op te gaan.
In de jaren na de oorlog moesten de Tilburgers zich tevreden stellen met de carnavalsbals, al of niet in besloten kring. De geestelijkheid was al voor het carnaval gewonnen, gezien de vele carnavalsfeesten in de patronaten en de parochiesoosen. Het aantal carnavalsverenigingen werd allengs groter en men had in andere carnavalssteden de smaak te pakken gekregen. Wie herinnert zich niet de overvolle extra treinen die naar Den Bosch vertrokken.

Op de foto een aantal oudprinsen van weleer:
Joep d'n Irste, Willem de Twidde, Dimpel d'n Irste, Jan d'n Irste, Jaap d'n Irste, Noud d'n Irste, Fons d'n Irste, Jan de Twidde, Peter d'n Irste
Tilburg was opgegroeid met het idee dat carnaval een verboden activiteit was. Door carnaval officieel toe te staan, zou met dat verleden worden afgerekend, en dat was nogal wat.
Niemand durfde echter de grote stap te maken. Daarom kwam men op het idee om het eerst bij de jeugd te proberen. In 1957 en de volgende jaren alleen nog binnen grenzen van de wijk Jeruzalem. In 1960 uiteindelijk verleende het College van B & W toestemming voor een kinderoptocht door het centrum, maar gaf daarbij tegelijkertijd aan dat dit geenszins betekende de openbare carnavalsviering aan te willen moedigen of te bevorderen.
De eerste jeugdoptocht op 28 februari 1960 was op een groot succes: 3000 kinderen en 20 wagens namen deel, en ruim 30.000 mensen, stonden langs de kant. Het zou de definitieve stoot tot een openbaar carnaval in Tilburg blijken te zijn.
In de eerste jaren na de eerste jeugdoptocht van 1960 gaf het College van B & W nog steeds geen toestemming voor een optocht voor iedereen. Een aantal carnavalsverenigingen verzette zich zichtbaar tegen dit verbod.
Op 8 maart 1961 besloten Toon van Dongen, de toenmalige uitbater van café Extase, en enkele van zijn stamgasten een carnavalsvereniging op te richten. Eén van deze mensen van het eerste uur is nog steeds lid.” De Steunzolen organiseerde destijds samen met de Bierpompen de eerste optocht. De politie ontbond deze, omdat het hier om een illegale en dus verboden activiteit ging! Vanaf dit allereerste begin verzorgen de Steunzolen als “regelzolen” jarenlang onafgebroken de geroutineerde begeleiding van d’n Opstoet en d’n Inhaol.

In 1962 werd er al een kleine optocht gehouden, in 1963 vond de eerste illegale intocht van Prins Louis Goewie van de Bierpompen plaats. Maar de politie greep in en maakte proces-verbaal op. De stunt werd herhaald in 1964, en zelfs brutaal aangekondigd in de krant. Maar alweer was de politie spelbreker.
Maar uiteindelijk moest het ervan komen, de drang bij met name de carnavalserenigingen en de horeca om te komen tot een openbaar carnaval was te groot geworden. Het moest wel goed aangepakt worden en aan het gemeentebestuur moest een verantwoord plan voorgelegd worden.
Er werd een Comité Stadcarnaval Tilburg opgericht, er werden commissies benoemd en een Stadsprins en Raad van Elf aangewezen.
Op 5 februari 1965 werd een vergunning verleend voor een optocht op zondag 28 februari,
aansluitend aan de zesde jeugdoptocht. De eerste optocht kon een succes genoemd worden, met maar liefst 70.000 belangstellenden. Het werd de basis van het openbare carnaval met als middelpunt Prins Pierre I.

De jaren na de eerste optocht
In de jaren na de eerste grote optocht, werden er steeds meer activiteiten georganiseerd, hoewel de meeste daarvan zich toch nog voornamelijk in de zalen afspeelde. Wel werd het aantal deelnemers aan de optocht ieder jaar groter, en verstrekte de gemeente steeds meer subsidie voor het carnaval.
In 1967 was voor het eerst een officiële ontvangst van de Prins op het stadhuis door de burgemeester. Dit was een belangrijk moment, want hiermee liet het college blijken positief tegenover het openbare carnaval te staan. In 1970 meldde burgemeester Becht, dat Tilburg was opgenomen in de rij van carnavalssteden.
De eerste jaren beperkte het openbare carnaval zich tot de optocht. Maar steeds meer groepen die nog niet in georganiseerd verband carnaval vierden, gingen over tot het oprichten van verenigingen/ clubs. Hun aantal groeide gestaag. Om zich van elkaar te onderscheiden, werd in het/de desbetreffende lokaal/zaal een eigen sfeer geschapen en ontstonden er verenigingen met eigen kleding, eigen karakter en eigen cultuur, veelal gebaseerd op het ontstaan van de naam, buurt- café of andere gebruiken. De ontwikkelingen volgden elkaar snel op, zodanig dat het feest met de verenigingen niet meer weg te denken is uit de Tilburgse samenleving.

Op de foto: de Verrekesstauwers tijdens een van de eerste optochten.
Een goed beeld van de viering van carnaval en vastenavond vanaf het begin tot en met de eerste jaren van het openbare carnaval in Tilburg, geeft het boek Vrouwke, ´t is Vastenaovend. Geschiedenis van vier eeuwen vastenavond en carnaval in Tilburg, van Paul Spapens uit 1996.
Ook verwijzen wij naar de site van het gemeentearchief. De Carnavalsstichting Tilburg heeft haar archief aan dit archief geschonken.